Excel, basisbegrippen

Welke begrippen worden vaak binnen Excel gebruikt ?
Stap 4 - Cellen
De vakjes in het werkblad worden cellen genoemd. Cellen worden uniek geïdentificeerd door de rij en kolom waarin de betreffende cel zich bevindt. Standaard wordt de cel linksboven "A1" geselecteerd.
Probeer eens op de volgende manieren van cel naar cel te bewegen.
- Druk op Return/Enter om een cel naar beneden te bewegen.
- Hou de Shift-toets ingedrukt en druk daarna op Return/Enter om een cel naar boven te bewegen.
- Druk op de Tab-toets om een cel naar rechts te bewegen.
- Hou de Shift-toets ingedrukt en druk daarna op Tab om een cel naar links te bewegen.
- Beweeg de cursor naar een willekeurige cell en klik hierop met de muis.
- Gebruik de pijltjes-toetsen om een cel naar boven, beneden, links en rechts te bewegen.
Stap 5 - Herkennen van cursors
Er zijn een viertal cursor-stijlen die in Excel worden onderkend.
|
|
Klik en sleep om meerdere cellen te accentueren of klik in een cel om de cel te selecteren. |
|
Klik en sleep met deze cursor om de inhoud van de cel in de cellen naar beneden of naar rechts over te nemen. |
|
|
Klik en sleep de inhoud van de geselecteerde cel naar een andere willekeurige cel. |
|
Klik om de cursor in de formulebalk te plaatsen om een vergelijking of functie aan te passen. |
Stap 6 - Gegevens invullen
Ga naar de cel waar u gegevens in wil voeren. Als in de betreffende cel reeds gegevens zijn ingevoerd zullen deze worden vervangen zonder dat het noodzakelijk is de huidige inhoud te knippen of verwijderen.
|